skip to Main Content
contact@klimaatschap.org

Afspraken

Internationale afspraken

De Europese Commissie hanteert een emissiehandelssysteem. Bedrijven mogen alleen CO2 uitstoten als ze daar rechten voor hebben. Voor sectoren die niet onder dit systeem vallen zoals afval en landbouw stelt de EU bindende emissiereductiedoelen per lidstaat vast voor de periode 2021 tot 2030. Verder dienen lidstaten een Europese richtlijn in te voeren die oproept tot het maken van een integraal nationaal energie en klimaatplan (INEK). Dit kan overigens niet los gezien worden van andere internationale verplichtingen als het Klimaatverdrag van Parijs. Hierin staat ook dat lidstaten hun nationale bijdragen aan het klimaat zullen vaststellen. Daarnaast onderstreept dit verdrag het verband tussen de CO2-uitsoot en de opwarming van de aarde. Een verband dat ook in de wetenschap erkent wordt. De deelnemende landen willen de wereldwijde opwarming beperken tot 2°C en streven ernaar deze opwerking verder te verlagen tot 1,5°C.
(Bron: PBL (2020) Klimaat en energieverkenning 2020 te raadplegen via Klimaat- en Energieverkenning 2020 (pbl.nl)
(Bron: BL (2017) Europese doelen voor lucht, klimaat en energie in 2030: gevolgen voor economie en emissies Een analyse voor de Europese Unie. Te raadplegen via Europese doelen voor lucht, klimaat en energie in 2030: gevolgen voor economie en emissies (pbl.nl)

De Klimaatwet

Nederland geeft invulling aan haar internationale verplichtingen via de Klimaatwet. De Klimaatwet kent twee kernelementen namelijk de doelstellingen en het proces om deze doelstellingen te behalen. Wat opvalt is dat de klimaatwet vooral procedurele aspecten belicht. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) adviseert bijvoorbeeld ieder jaar over de gevolgen van het klimaatbeleid in het voorgaande jaar.

Naast procesaspecten belicht de Klimaatwet de Nederlandse klimaatdoelstellingen zelf. Dit zijn er drie:

  1. Het onomkeerbaar en stapsgewijs terugdringen van de emissies van broeikasgassen in Nederland, tot een niveau dat 95% lager ligt in 2050 dan in 1990 (het hoofddoel).
  2. Het streven naar een reductie van de emissies van broeikasgassen van 49% in 2030 ten opzichte van 1990.
  3. Een volledige CO2-neutrale elektriciteitsproductie in 2050.

Hoewel het hoofddoel een resultaatverplichting is en wordt uitgelegd als een harde juridische norm, is het slechts een politiek doel. Dit doel is volgens de toelichting niet afdwingbaar bij de rechter. Enkel het parlement kan de regering op dit doel afrekenen. Op die manier beoogt de regering zaken als die van Urgenda te voorkomen.

Noodzaak tot innovatie

Het PBL geeft aan dat het streven naar reductie van de emissies van broeikasgassen van 49% in 2030 ten opzichte van 1990 in drie delen is op te knippen. Een derde van deze doelstelling heeft Nederland al gehaald in de periode 1990 tot 2019. In de komende 10 jaar zal Nederland nog eens een derde van haar reductiedoelstelling willen bereiken. Dit op basis van haar huidige klimaatbeleid. De openstaande opgave is dus om nog eens een derde van de doelstelling te behalen in de komende 10 jaar. Het tempo van de CO2 daling moet de komende 10 jaar verdubbelen.

Als andere landen meedoen wil Nederland haar doelstelling verhogen naar 55%. Des te meer reden om extra stappen te zetten. Innovatie is dus geen overbodige luxe.

De Urgenda zaak

Als je met een positieve blik naar de klimaatontwikkelingen in Nederland kijkt, zou je kunnen stellen dat de CO2 afname in gang gezet is. Dat dit geen automatisme is, blijkt uit het feit dat een rechtszaak dit traject versneld. Het streven om een reductie van 49% van de broeikasgassen in 2030 te behalen, is gebaseerd op een gelijkmatige verdeling. Deze gelijkmatige verdeling is van belang. Het gaat uiteraard om het bereiken van het emissie einddoel, maar vooral ook om de aanpak op korte termijn. Uitstelgedrag lijdt namelijk tot meer uitstoot. De uitdaging is dus om de cumulatieve uitstoot gelijkmatig te verdelen. Als je van deze gelijkmatige verdeling uitgaat, kom je op 28% reductie in 2020 uit. Echter, op basis van een scenariostudie van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) wordt een reductie tussen de 25% en 40% voor 2020 aangehouden. De Hoge Raad heeft bepaald dat de exacte invulling een zaak is van de politiek, maar dat de ondergrens van 25% wel degelijk bij de rechter afdwingbaar is. De ondergrens dient namelijk ter bescherming van de mens. De regering bekijkt anno januari 2021 hoe de ondergrens te halen. Zij voldoet hier op dit moment nog niet aan.
(Bron: Hoge Raad (2019) Klimaatzaak Urgenda te raadplegen via ECLI:NL:HR:2019:2006, Hoge Raad, 19/00135 (rechtspraak.nl))

Het Energieakkoord en het Klimaatakkoord

Waar de Klimaatwet vooral procedureel is, ligt de inhoud oftewel datgene wat de samenleving werkelijk wil doen vast in akkoorden. De akkoorden zijn afspraken tussen bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheden. Het Energieakkoord uit 2013 is daarbij een onderdeel van het Klimaatakkoord. Het Energieakkoord stelt zich tot doel de energievoorziening van Nederland te verduurzamen. De belangrijkste subdoelen hierbij zijn:

  • Een besparing van het finale energieverbruik van gemiddeld 1,5 procent per jaar.
  • 100 Petajoule extra energiebesparing per 2020
  • Een aandeel van 14 procent hernieuwbare energieopwekking in 2020
  • Een aandeel van 16 procent hernieuwbare energieopwekking in 2023
  • Ten minste 15.000 extra voltijdsbanen per jaar.

Het Klimaatakkoord kwam in 2019 tot stand. De afspraken uit het Energieakkoord zijn integraal overgenomen in dit Klimaatakkoord, maar de focus van het Klimaatakkoord ligt op de CO2-reductie. Dit gaat om meer dan het opwekken van energie en warmte. Er zijn namelijk meer sectoren die iets aan de CO2-uitstoot kunnen doen.

 

(Bron: Ministerie van Economische zaken)

Back To Top
Feedback
Feedback
Suggesties? Laat het ons weten!
Volgende
Laat je e-mailadres achter. (niet verplicht)
Terug
Verzend
Dank voor je feedback!