skip to Main Content
contact@klimaatschap.org

Introductie

Cijfers CO2 uitstoot.
Het kabinet heeft een reductiedoel opgesteld voor 2030 waarbij de uitstoot van broeikasgassen met 49% gedaald moet zijn ten opzichte van 1990. In 1990 was de uitstoot in Nederland gelijk aan 222 megaton CO2-equivalenten.

Auteurs

Reductiedoelen 2030 en 2050

Het kabinet heeft een reductiedoel opgesteld voor 2030 waarbij de uitstoot van broeikasgassen met 49% gedaald moet zijn ten opzichte van 1990. In 1990 was de uitstoot in Nederland gelijk aan 222 megaton CO2-equivalenten. Eén megaton CO2-equivalenten komt overeen met 1 miljard kilogram CO2, een behoorlijk getal. In 2018 was de uitstoot in Nederland, exclusief emissies uit landgebruik, gelijk aan 188 megaton CO2-equivalenten en in 2019 was de uitstoot gelijk aan 184 megaton CO2-equivalenten. Dit is een reductie van 17% ten opzichte van 1990. Wat betekent dit dan voor het reductiedoel voor 2030? In de periode van 2019 tot 2030 is nog een reductie van 71 megaton CO2-equivalenten nodig om het doel van 49% te behalen. In de periode van 2010 tot 2019 lag de gemiddelde emissiereductie op ongeveer 3 megaton CO2-equivalenten per jaar. Om het reductiedoel van 49% te behalen moet het reductietempo in de periode van 2020 tot 2030 verdubbelen naar ongeveer 6 megaton CO2-equivalenten per jaar (PBL, 2020). In 2050 hoopt Nederland vervolgens 95% minder CO2 uit te stoten ten opzichte van 1990.

Wat zeggen al deze getallen dan precies? Laten we CO2 vergelijken met zaken die tastbaarder zijn, om de getallen beter te begrijpen. Volgens de Climate Neutral Group (2021) komt 1.000 kilogram CO2-uitstoot overeen met:

  • 8 maanden elektriciteitsverbruik (grijs) door een gemiddeld huishouden in Nederland (1800 kWh).
  • Een half jaar lang rijden door één auto op benzine in Nederland (9.994 kilometer).
  • Een jaar lang rijden door één E-auto op grijze stroom (11.198 kilometer).
  • 72 enkele reizen van Amsterdam naar Parijs met de Hogesnelheidslijn (HSL).
  • 2,6 economy vluchten van Amsterdam naar Rome.

Deze 1.000 kilogram CO2-uitstoot kan ook worden weergegeven als 500 CO2 brandblussers, een luchtballon van 500 m3, of 125 m3 cola. Om deze uitstoot terug te brengen naar 0 kilogram CO2 moeten 50 middelgrote bomen een jaar lang groeien (Climate Neutral Group, 2021). Dit gaat echter nog maar om een kleine fractie van de uitstoot in heel Nederland, die is namelijk 184 miljoen keer zo groot, uitgaande van de uitstoot in 2019.

Belangrijke vragen rondom de reductiedoelen zijn of deze wel binnen het gekozen tijdsbestek haalbaar zijn en wat er binnen Nederland gedaan kan en moet worden om de doelen te behalen. Hoe kunnen we het reductietempo in de periode van 2020 tot 2030 verdubbelen naar 6 megaton CO2-equivalenten om het reductiedoel van 49% in 2030 te behalen? In de volgende sectie zal hier dieper op in worden gegaan.

Welke sectoren zijn verantwoordelijk voor de hoge CO2-uitstoot?

De belangrijkste sectoren die verantwoordelijk zijn voor een groot deel van de Nederlandse CO2-uitstoot zijn de volgende: industrie (31%), elektriciteit (23%), mobiliteit (19%), landbouw (14%) en gebouwde omgeving (13%). De percentages zijn berekend op basis van de uitstoot per sector in het jaar 2019 (PBL, 2020). Daarnaast kan de uitstoot van CO2 toegeschreven worden aan twee belangrijke bronnen: het verbranden van fossiele brandstoffen en het omzetten van land, met name van bossen naar wei- en akkerlanden (Global Carbon Atlas, z.d.). In Tabel 1 zijn de emissies vanuit elke sector weergegeven voor het jaar 1990, 2018 en 2019. Daarnaast zijn ook de verwachte CO2-emissies weergegeven voor het jaar 2025 en 2030, gebaseerd op het voorgenomen beleid (PBL, 2020). Uit de tabel blijkt dat de industriële sector de grootste bijdrage levert aan de broeikasgasemissies in Nederland, gevolgd door elektriciteit, mobiliteit, landbouw en de gebouwde omgeving. Als we kijken naar de verwachte getallen voor het jaar 2025 en 2030 blijkt dat we het reductiedoel van 49% niet zullen behalen als we volgens het voorgenomen beleid door blijven gaan. Volgens de cijfers is de werkelijke emissiereductie voor 2030 namelijk geraamd op 34% (PBL, 2020). Hoe kunnen we ervoor zorgen dat het reductiedoel toch behaald wordt in 2030? Welke maatregelen zouden we kunnen nemen om het reductietempo van 2020 tot 2030 te verdubbelen naar 6 megaton CO2-equivalenten?

Een aantal maatregelen die genomen kunnen worden volgens Martien Visser, lector aan de Hanzehogeschool in Groningen, om het reductietempo toe te laten nemen zijn de volgende:

  1. Maximaal vijf minuten per dag douchen. Nederlanders staan gemiddeld vijf keer per week negen minuten onder de douche. Jongeren verbruiken hierbij dagelijks 80 liter warm water en ouderen ongeveer 35 liter. Wanneer iedereen maximaal vijf minuten per dag zou douchen, zou Nederland per jaar 1,5 megaton CO2 minder uitstoten.
  2. Een extra dag per week geen vlees eten. De productie van één kilo vlees vereist gemiddeld vijf kilo plantaardig veevoer. Voor de productie daarvan zijn weer grote hoeveelheden grondstoffen, land, water en energie nodig. Als iedereen in Nederland een extra dag per week geen vlees zou eten, zou Nederland per jaar 0,7 megaton CO2 minder uitstoten.
  3. Autoloze zondag en einde aan koopzondag. Wanneer er op zondag niet meer gereden mag worden, zou de CO2-uitstoot in Nederland met ruim 1 megaton per jaar afnemen. Hier komt nog een reductie van ongeveer 1 megaton CO2 per jaar bij wanneer koopzondagen zouden worden afgeschaft.
  4. Sluiting kolencentrales. Er staan nog vijf kolencentrales in Nederland. Hoewel je ze natuurlijk niet allemaal in een keer kan sluiten, is het volgens Martien Visser mogelijk om de Hemwegcentrale in Amsterdam te sluiten en ook de Engiecentrale in Rotterdam. Voor elke kolencentrale die gesloten wordt, levert dit een CO2-reductie van ongeveer 1,7 megaton per jaar op.
  5. Terug naar 100 op snelweg. Er valt veel klimaatwinst te halen wanneer de maximumsnelheid op de snelwegen verlaagd worden. Als de maximumsnelheid verlaagd zou worden naar 100 kilometer per uur, zou dit een CO2-reductie opleveren van 1,2 megaton per jaar.
  6. Bandenspanning op orde. Met een goede bandenspanning rijden automobilisten zuiniger. Bovendien kunnen ze dan ook besparen op hun tankbeurt. Wanneer iedereen met de juiste bandenspanning zou rijden, zou Nederland 0,4 megaton CO2 minder uitstoten per jaar (Winterman, 2019).

Dit zijn slechts een aantal maatregelen die genomen kunnen worden en bovendien relatief simpel zijn in te voeren. Voor een aantal van bovenstaande maatregelen is slechts een verandering in individueel gedrag nodig om ze te kunnen realiseren. Als al deze maatregelen gerealiseerd kunnen worden, dan zou Nederland per jaar ongeveer 9 megaton CO2 minder uitstoten. Hoewel een groot deel van de bovenstaande maatregelen betrekking hebben op de burgers, ligt de verantwoordelijkheid natuurlijk niet alleen bij hen. Ook vanuit de verschillende sectoren is het belangrijk om bepaalde maatregelen te nemen om de CO2-uitstoot te reduceren. Zo zou bijvoorbeeld binnen de industriële sector restwarmte beter benut kunnen worden of er zou geïnvesteerd kunnen worden in CO2-afvang en opslag (CCS) en waterstofproductie via elektrolyse. Binnen de sector gebouwde omgeving zou er gekeken kunnen worden naar betere isolatie van panden, zonnepanelen en groene daken (PBL, 2020). Volgens het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (2019) kan de CO2-uitstoot in de gebouwde omgeving met de afspraken in het Klimaatakkoord gereduceerd worden met 3,4 megaton CO2, en in de industrie kan de uitstoot zelfs met 14,3 megaton CO2 gereduceerd worden. Zo zijn er nog heel veel meer maatregelen bedacht voor verschillende sectoren. Stichting Urgenda heeft bijvoorbeeld een overzicht gemaakt van maatregelen in een 40-puntenplan.

Tabel 1 | Emissies van broeikasgassen per sector in CO2-equivalenten volgens het voorgenomen beleid, 1990-2030. Aangepast van PBL (2020).

Emissies (megaton CO2 equivalenten)

  • Industrie
  • Elektriciteit
  • Gebouwde omgeving
  • Landbouw
  • Mobiliteit

Industrie

CO2-uitstoot van de industriële sector
De industriële sector kan worden opgedeeld in twee onderdelen: de nijverheid – beroepen/bedrijven waarbij grondstoffen worden omgezet in een product dat kan worden verkocht – en de industriële activiteiten binnen de energiesector. De industriële sector stoot in totaal zo’n 56,7 megaton aan CO2-equivalenten per jaar uit in Nederland. Deze sector stoot daarmee 31% van de totale Nederlandse broeikasgasemissies uit. Ongeveer twee derde van deze emissies kan worden toegeschreven aan de nijverheid – zo’n 32,9 megaton CO2-equivalenten in 2019 – en ongeveer een derde kan worden toegeschreven aan de industriële activiteiten binnen de energiesector – zo’n 20,5 megaton CO2-equivalenten in 2019. De uitstoot binnen de industriële sector is afgelopen jaren al sterk gedaald van ongeveer 75 megaton CO2-equivalenten in 2000 naar ongeveer 57 megaton in 2019, met name door een daling in de uitstoot van overige broeikasgassen van 24,9 megaton CO2– equivalenten in 2000 naar 6,9 megaton in 2019. Naar verwachting zal de uitstoot in 2030 nog iets dalen naar 53,1 [47,3-56,1] megaton CO2-equivalenten (PBL, 2020).

Oplossingen binnen de industriële sector
Er zijn verschillende CO2-emissiereducerende technieken beschikbaar voor de industriële sector, waaronder het benutten van restwarmte, elektrische boilers, industriële warmtepompen, CO2-afvang en -opslag (CCS) en waterstofproductie via elektrolyse. Daarnaast zou de invoering van een CO2-heffing ook leiden tot een reductie in CO2-emissies (PBL, 2020). Dit betekent dat bedrijven in de industriële sector met een hoge CO2-uitstoot straks een bepaald bedrag moeten gaan betalen. Dit zou bedrijven moeten stimuleren om meer rekening te houden met de impact van de CO2-uitstoot, afkomstig van hun investeringen, voor mens en milieu (Ministerie van Algemene Zaken, 2020). Het is echter nog onduidelijk in welke mate dit een effect zal hebben (PBL, 2020).

Elektriciteit

CO2-uitstoot in de sector elektriciteit
Onder de sector elektriciteit vallen de elektriciteits- en warmteproductie van elektriciteitsproductiebedrijven en joint ventures (PBL, 2020). Joint ventures zijn samenwerkingsverbanden tussen twee organisaties die vervolgens samen een bedrijf opzetten, waarbij de participerende bedrijven samen eigenaar zijn en dus ook samen de winst, maar ook de eventuele verliezen delen (Park en Ungson, 1997). De sector elektriciteit stoot in totaal zo’n 42,3 megaton aan CO2-equivalenten per jaar uit in Nederland. Deze sector stoot daarmee 23% van de totale Nederlandse broeikasgasemissies uit. Deze uitstoot wordt voornamelijk veroorzaakt door het verbranden van fossiele brandstoffen voor de productie van elektriciteit. Hierbij wordt het meeste uitgestoten door de verbranding van aardgas, gevolgd door de verbranding van steenkool en overige fossiele brandstoffen hebben de laagste uitstoot (PBL, 2020).

Oplossingen binnen de sector elektriciteit
Het sluiten van de kolencentrales in Nederland zou enorm helpen bij het reduceren van de CO2-uitstoot. Naar verwachting dalen de emissies in 2030 enorm tot ongeveer 19 [11-25] megaton CO2-equivalenten wanneer de laatste drie kolencentrales in Nederland gesloten worden. Daarnaast wordt het aanbod van groene stroom – elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen, zoals zon en wind – steeds groter, waardoor de energieproductie uit kolen en gas richting 2030 zal dalen en de broeikasgasemissies zullen afnemen.

Mobiliteit

CO2-uitstoot in de sector mobiliteit
Negentien procent van de Nederlandse CO2-uitstoot is afkomstig van de mobiliteitssector. In 2019 kwam dit uit op 35,2 megaton CO2. De groei van de vervoersvolumes werd gecompenseerd door een iets zuiniger wagenpark, o.a. door het toenemend aantal elektrische auto’s. Er wordt een kleine daling verwacht in de komende jaren, met een verwachte uitstoot van 31,6 megaton in 2030. Binnen de sector mobiliteit is 50 procent van de broeikasemissies afkomstig van personenautoverkeer, 12 procent komt van vrachtauto’s en bestelauto’s en een kleine bijdrage is afkomstig van bussen, motorfietsen en bromfietsen. Van alle broeikasgassen die worden uitgestoten door de sector mobiliteit, is CO2 veruit het belangrijkste: 98 procent van de totale uitstoot (2019). Andere stoffen zijn fluorkoolwaterstoffen, lachgas en methaan (PBL, 2020).

Oplossingen binnen de sector mobiliteit
Er zijn talloze manieren om deze CO2 uitstoot in het vervoer te verminderen. We kunnen omschakelen naar auto’s met minder uitstoot van broeikasgassen, zoals elektrisch en waterstof. Ook is reizen met het openbaar vervoer, zoals de elektrische trein en bus op aardgas, een stuk duurzamer. In combinatie met deelfietsen en deel e-scooters zijn zij een goed alternatief voor de auto. Kleine aanpassingen zoals slimme stoplichten, zodat we minder onbenutte brandstof verbruiken tijdens het wachten, betaald parkeren en hoge belastingen voor vervuilende voertuigen lijken ook te helpen. We kunnen ook onze reisbewegingen beperken door thuis te werken. De overige ritten doen we natuurlijk het liefst met de fiets of te voet. Fietssnelroutes, fietsstraten en autovrije zones maken dit aantrekkelijk.

Landbouw

CO2-uitstoot van de landbouwsector
De landbouwsector is goed voor zo’n 26,4 megaton aan CO2-equivalenten per jaar in Nederland. Daarmee stoot het 14% van de totale Nederlandse broeikasgassen uit. Deze uitstoot is opgebouwd voor ongeveer een derde uit energieverbruik – met name binnen de tuinbouw – en twee derde uitstoot door landbouwprocessen, zoals de uitstoot van methaan en lachgas bij veehouderijen. Daarmee zijn veehouderijen en akkerbouw het meest vervuilend binnen de landbouwsector. De afgelopen jaren is de uitstoot al flink afgenomen door verduurzaming en kennis van de processen, waardoor de uitstoot in 2030 waarschijnlijk 25% lager zal liggen dan in 1990 (PBL, 2020).
Ondanks de afname in de uitstoot van CO2-equivalenten blijft de landbouwsector een vervuilend karakter houden. Een groot knelpunt lijkt te zitten bij rundveehouderijen.

Zij zijn verantwoordelijk voor een groot aandeel van de methaanuitstoot. Bovendien lijkt er nog weinig schot te zitten in de afname van de uitstoot. Zo zal op papier het verminderen van jonge runderen zorgen voor minder methaanuitstoot, maar zullen de bestaande koeien meer melk (moeten) gaan produceren, waardoor dit positieve effect weer opgeheven wordt (PBL, 2020). Er zijn dus wel een kleine vooruitgang zichtbaar binnen de landbouwsector, maar door hoge investeringskosten die in het verleden gedaan zijn binnen de sector en de vasthoudendheid aan het huidige systeem is het lastig om grootschalige veranderingen door te voeren (Duru et al., 2015).

Oplossingen binnen de landbouwsector
Er wordt binnen de sector met name ingezet op verduurzaming van de processen, zoals groen energieverbruik, en het laten krimpen van de veestapel. Op die manier kan de landbouwsector duurzamer gemaakt worden (PBL, 2020). Daarnaast wordt er gekeken naar grotere, systematische oplossingen, waarbij er gekomen wordt tot natuur-inclusieve landbouw. Hierbij staat centraal dat de kringloop wordt gesloten en er natuurlijke vormen van bemesting worden gebruikt, waardoor er sprake is van minder uitstoot – tot zelfs een (op papier) CO2-neutrale landbouwsector (Ministerie van Economische Zaken, 2014; Erisman et al., 2017).

Gebouwde omgeving

CO2-uitstoot van de gebouwde omgeving
Met de gebouwde omgeving worden alle huishoudens en bedrijven en organisaties binnen de dienstensector bedoeld. Deze combinatie van wonen en dienstensector is goed voor zo’n 23,3 megaton aan CO2-uitstoot per jaar. Hierdoor stoot het meer dan 12% van de totale broeikasgassen binnen Nederland uit. Binnen deze samenstelling dragen huishoudens 70% bij aan de uitstoot en de dienstensector 30%. De uitstoot door deze twee groepen wordt vrijwel volledig bepaald door energieverbruik en het gebruik van gas om water te verwarmen. Er wordt daarom ook vrijwel alleen maar CO2 uitgestoten – dit is namelijk 97,5% van de totale CO2-uitstoot binnen de gebouwde omgeving. (PBL 2020).

 

Oplossingen binnen de sector gebouwde omgeving
Verduurzaming binnen de gebouwde omgeving begint sterk op gang te komen, maar vooral binnen de dienstensector en bij oude gebouwen lijkt er nog winst te behalen. Waar bij nieuwbouwwoningen vaak al rekening wordt gehouden met energietransitie, is dit bij bestaande gebouwen in mindere mate aanwezig. Vaak vinden daar wel losse vormen van verduurzaming plaats – denk bijvoorbeeld aan het plaatsen van zonnepanelen – maar minder vaak worden meerdere oplossingen doorgevoerd om de uitstoot sterk af te laten nemen (PBL, 2020).
De verduurzaming van de gebouwde omgeving is het meest zichtbaar bij nieuwbouw. Veel nieuwe woningen zijn niet meer verbonden met het aardgasnetwerk en hebben duurzame innovaties zoals warmtepompen. Er lijkt binnen de bouw een redelijke blik te zijn voor meervoudigheid, waarbij met name de energietransitie meegenomen wordt in bouwplannen (PBL, 2020).

Landgebruik

CO2-uitstoot van de sector landgebruik
Onder landgebruik verstaan we alle bronnen van broeikasgassen uit de bodem die zijn gerelateerd aan (veranderingen in) het gebruik van (landbouw)grond. Andere bronnen zoals uit bijvoorbeeld de veehouderij, mest en kunstmest worden onder landbouw behandeld. We kunnen zes landgebruiksklassen onderscheiden: bos, bouwland, grasland, wetlands, bebouwing en overig land. De totale emissie van landgebruik is tussen 2000 en 2018 gedaald van 6,1 naar 4,9 megaton CO2-equivalenten per jaar. Naast een beetje lachgas (0,1 megaton) bestaat deze emissie bijna volledig uit CO2 (PBL, 2020).
De emissie van landbouwgrond laat een dalende trend zien, terwijl urbanisatie leidt tot een toename van emissies afkomstig van bebouwde grond. De opname door bossen daalt licht als gevolg van ontbossing en het ouder worden van Nederlands bos, waardoor het minder koolstof vastlegt.

Oplossingen binnen de sector landgebruik
Om de daling van emissies door landgebruik voort te zetten en te versnellen kunnen we verschillende maatregelen toepassen. Landgebruik kan leiden tot opname van broeikasgassen, via vastlegging van CO2 door planten, dus hoe meer natuur we beschermen, hoe meer CO2 wordt opgenomen.
Bescherming van bossen en wetlands, of het ontwikkelen van mengvormen tussen bijvoorbeeld bos en agrarische doeleinden (silvopasture) zijn manieren om deze opname in stand te houden of zelfs te vergroten. Beheerde begrazing, waarbij de tijd en intensiteit van het grazen van vee strak in de gaten wordt gehouden, kan de gezondheid van graslanden verbeteren waardoor het meer CO2 gaat opnemen. Ook zou gedegradeerd land bebost worden met ditzelfde doel voor ogen.

Referenties

Climate Neutral Group. (2021). Wat is 1 ton CO2? Geraadpleegd van:
https://www.climateneutralgroup.com/nieuws/wat-is-1-ton-co2/

Duru, M., Therond, O., & Farens, M. (2015). Designing agroecological transitions; A review.
Agronomy for
Sustainable Development, 35, 1237 – 1257.

Erisman, J. W., Van Eekeren, N., Van Doorn, A., Geertsema, W., & Polman, N. (2017). Maatregelen Natuurinclusieve Landbouw. Geraadpleegd van: http://www.louisbolk.org/downloads/3260.pdf

Global Carbon Atlas. (z.d.). Outreach | Global Carbon Atlas. Opgehaald van: Outreach | Global Carbon Atlas

Ministerie van Algemene Zaken. (2020). Invoering CO2-heffing industrie vanaf 2021. Belastingplan 2021 | Rijksoverheid.nl. Geraadpleegd van: Invoering CO2-heffing industrie vanaf 2021 | Belastingplan 2021 | Rijksoverheid.nl

Ministerie van Economische Zaken. (2014). Rijksnatuurvisie 2014, Natuurlijk verder. Geraadpleegd van: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/beleidsnota-s/2014/04/11/natuurlijk-verder

Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. (2019). Kabinetsreactie op de Klimaat- en Energieverkenning
2019. Geraadpleegd van: Kamerbrief over Kabinetsreactie op de Klimaat- en Energieverkenning 2019 en de aanvullende notities | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl

Naber, N., & Rooijers, F. (2019). Uitstoot broeikasgassen in Nederland. CE Delft. Geraadpleegd van: Uitstoot broeikasgassen in Nederland – CE Delft

Park, S. H., & Ungson, G. R. (1997). The effect of national culture, organizational complementarity, and
economic motivation on joint venture dissolution. Academy of Management journal, 40(2), 279-307.

Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). (2020). Klimaat- en Energieverkenning 2020. Geraadpleegd van:
https://www.pbl.nl/publicaties/klimaat-en-energieverkenning-2020

Winterman, P. (2019, 30 Januari). Met deze maatregelen kunnen we in recordtijd minder CO2 uitstoten. AD.
Geraadpleegd van: Met deze maatregelen kunnen we in recordtijd minder CO2 uitstoten | Binnenland | AD.nl

Back To Top
Feedback
Feedback
Suggesties? Laat het ons weten!
Volgende
Laat je e-mailadres achter. (niet verplicht)
Terug
Verzend
Dank voor je feedback!