skip to Main Content
contact@klimaatschap.org

Introductie

Hoe stapt de wereld over van fossiele brandstoffen op energie die uitsluitend afkomstig is van duurzame bronnen zoals wind, zon, aardwarmte en water?

Auteur

Maurits Groen

Document

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit het boek “Drawdown”.

6000Mton
CO2 reductie
300Miljard
Nettokosten
300Miljard
Nettobesparing

Wat is het probleem?

Hoe stapt de wereld over van fossiele brandstoffen op energie die uitsluitend afkomstig is van duurzame bronnen zoals wind, zon, aardwarmte en water? Een deel van het antwoord vinden we in het gebruik van biomassa. Het is een overbruggingsoplossing tussen waar we nu staan en waar we naartoe willen en moeten. Verre van perfect, met veel kanttekeningen, maar waarschijnlijk kunnen we niet zonder. We hebben het nodig, omdat biomassa ‘op afroep’ elektriciteit kan leveren en daarmee het netwerk kan ondersteunen bij het opvangen van schommelingen, als aanvulling op energiebronnen als wind en zon. Biomassa kan ons helpen het fossiele pad te verlaten, terwijl we zo de tijd kopen die nodig is om de problemen op te lossen die het creëren van een flexibel netwerk met zich meebrengt. Tegelijkertijd is het te zien als de benutting van en reststroom die anders het milieu zou kunnen belasten. Op de korte termijn kan het gebruik van biomassa in plaats van fossiele brandstof ervoor zorgen dat de hoeveelheid C02 in de atmosfeer niet verder toeneemt.

Fotosynthese is een vorm van energie-omzetting en een opslagmethode: zonne-energie wordt opgevangen en in koolhydraten in de biomassa opgeslagen. Onder de juiste omstandigheden en na een periode van miljoenen jaren kan onaangeroerde biomassa zich omvormen tot kolen, olie of aardgas – de koolstofrijke brandstoffen die vandaag de dag zo’n belangrijke rol spelen in de elektriciteitsopwekking en in de transportsector. Het materiaal kan ook geoogst worden en warmte produceren, stoom creëren voor de productie van elektriciteit, of worden omgezet in olie of gas. Je maakt dan geen CO2 vrij uit materiaal dat miljoenen jaren in de grond heeft gezeten, maar laat de energieopwekking draaien op materiaal dat door planten werd gevormd met behulp van CO2 dat ze daarvoor kortgeleden aan de atmosfeer onttrokken. Bij gebruik van biomassa gaat die CO2 weer terug naar de atmosfeer. Een korte cyclus dus: kweekplanten, leg zo CO2 vast, verwerk en verbrand die biomassa, waarbij weer CO2 wordt uitgestoten en de cirkel is rond, klaar voor herhaling. Het is een continue, klimaatneutrale uitwisseling zolang je er met aangroei en herbeplanting voor zorgt dat je niet inteert op de hoeveelheid aanwezige biomassa. Onder de streep moeten de CO2-uitstoot en-opname met elkaar in balans zijn.

Maar er is een ‘maar’: biomassa is alleen een bruikbare oplossing wanneer het gaat om ‘goed’ materiaal, zoals plantenafval of planten die duurzaam zijn gekweekt. Idealiter maakt biomassa ook gebruik van en energieomzetting technologie waarmee weinig uitstoot gemoeid is, zoals vergassing of vergisting. Het gebruik van eenjarige gewassen zoals maïs of sorghum voor energieopwekking put de voorraad grondwater uit, veroorzaakt erosie en vergt de input van veel extra energie in de vorm van kunstmest toediening en landbewerking. Het duurzame alternatief bestaat uit het gebruik van overblijvende gewassen. Planten als vingergras en olifantsgras (Miscanthus) kunnen vijftien jaar achtereen geoogst worden, voordat herbeplanting nodig is, en hebben zo minder water en onderhoud nodig. Houtachtige gewassen als wilgenstruiken, eucalyptus en populier kunnen groeien op arme grond die niet geschikt is voor het telen van gewassen. Omdat ze vanzelf weer uitlopen wanneer ze laag bij de grond worden afgesneden, kunnen ze herhaaldelijk geoogst worden gedurende een periode van tien tot twintig jaar. Gebruik van deze houtachtige gewassen verschilt dus van ontbossing voor brandstof, en deze struikachtige bomen zijn in staat meer koolstof vast te leggen dan andere bomen. Al is het natuurlijk contraproductief als je deze gaat telen op terrein dat daarvoor al bebost was. En we moeten ook opletten met soorten als olifantsgras en eucalyptus, want ze kunnen als nieuwkomer inheemse flora verdringen.

Een andere vorm van grondstof is hout- en landbouwafval. Het afval van houtzagerijen en papierfabrieken is waardevolle biomassa. Net als onbruikbare stengels, schillen en ander restafval uit de veevoederindustrie. Hoewel het ten behoeve van de bodemvruchtbaarheid nodig is om een deel van het gewas afval op de landbouwgrond te laten liggen, is wel een deel van dit restmateriaal te gebruiken als grondstof om energie uit te winnen. Veel van dit organische afval zou anders ter plekke vergaan, waarmee vastgelegde koolstof – zij het over en uitgesmeerde periode – alsnog zou vrijkomen. Wanneer organisch materiaal composteert komt er vaak ook methaan vrij en wanneer het op stapels wordt verbrand produceert dat roet. Zowel methaangassen als rot hebben en sterker opwarmend effect dan CO2. Voorkomen dat deze stoffen vrijkomen kan daarom een enorm voordeel opleveren – meer zelfs dan het voordeel dat wordt behaald met het gebruik van de energie die in de biomassa ligt opgeslagen.

In de VS is het grootste gedeelte van de biomassacentrales die in de bouw- of vergunningsfase zitten gericht op het gebruik van hout. Voorstanders zeggen dat deze centrales gevoed zullen worden met takken en toppen van bomen, afval van de houtindustrie, maar deze beweringen houden na nauwgezet onderzoek geen stand. In de staten Washington, Vermont, Massachusetts, Wisconsin en New York is de hoeveelheid afval bij lange na niet voldoende om de geplande biomassaverbranders van brandstof te voorzien. In Ohio en North Carolina zijn ze er in ieder geval wat eerlijker over en geven ze toe dat er speciaal bomen moeten worden gekapt om de centrales van brandstof te kunnen voorzien. Natuurlijk zullen er weer bomen terugkomen, maar daar gaan tientallen jaren overheen; dat is een wel heel lange termijn, vol onzekerheid, om klimaatneutraliteit te bereiken. Wanneer energieopwekking uit biomassa draait op bomen, is dat geen echte oplossing.

Biomassa is controversieel. Voor sommigen en vriend, voor anderen en vijand. Er wordt gewerkt aan een wetenschappelijke analyse om de sociale en maatschappelijke impact van biomassa nauwkeuriger te kunnen beoordelen. De debatten spelen zich nu op drie terreinen af: de CO2-uitstoot gedurende de cyclus; het indirecte effect van veranderend landgebruik en ontbossing; en de impact die biomassa heeft op voedselzekerheid. Vaak worden de debatten over de laatste twee onderwerpen gevoerd als het gaat om een keuze tussen bos en brandstof, of tussen voedsel en brandstof. In werkelijkheid spelen de processen – landgebruik, verbouw van voedsel en veevoer, en productie van biomassa voor energie – zich naast elkaar af en hangen ze op een dynamische manier met elkaar samen. Ze staan niet per se tegenover elkaar. De drie hierboven genoemde doelen kunnen elkaar onderling versterken of ze kunnen elkaar in de weg zitten. Het is daarom vooral belangrijk om vanuit en lokale context naar de winning van grondstoffen voor biomassa te kijken. Op dit moment halen we 2 procent van onze elektriciteit uit biomassa, meer dan uit welke andere duurzame bron dan ok. In sommige landen zoals Zweden, Finland en Litouwen voorziet biomassa in 20 tot 30 procent van de totale nationale opwekking, waarbij vrijwel alle biomassa van bomen afkomstig is. Energie uit biomassa is in opmars in China, India, Japan, Zuid-Korea en Brazilië. Om te kunnen opschalen is en grotere investering nodig in de productiefaciliteiten, de infrastructuur voor het verzamelen van de grondstoffen, en het transport en de opslag van biomassa. Het is cruciaal om in deze fase rekening te houden met de nadelen van het
gebruik van biomassa. Het tot pallets verwerken van bestaande bossen betekent dat we een hele grote stap terugzetten. Aan de andere kant kan het weghalen van niet-inheemse soorten uit bossen, met de juiste ecologische waarborgen, weer en goede bron van biomassa vormen. Die benadering wordt getest in de Indiase deelstaat Sikkim, met een verwerking die bio-briketten voor schoon brandende fornuizen oplevert. Daarbovenop moeten kleine landarbeiders beschermd worden tegen het gevaar dat ze van hun land worden verdreven door grote industriële initiatieven voor de teelt van biomassa. Het belangrijkst om mee te nemen in de overwegingen is dat biomassa – mits met zorg gereguleerd en aan voorwaarden verbonden – een prima overbruggingsoplossing kan zijn, op weg naar en toekomst van schone energie, maar het is niet het uiteindelijke doel.

Impact

Biomassa is een overbruggingsoplossing, op den duur weer uit te faseren ten gunste van schonere energiebronnen. Echter wel onder de voorwaarden dat alle grondstoffen voor biomassa onttrokken worden uit overblijvende planten – niet uit eenjarige, bossen of afval – en dat het in de plaats komt van het gebruik van kolen en aardgas. Tot 2050 kan biomassa de uitstoot van CO2 dan verminderen met 7,5 gigaton. Naarmate de beschikbaarheid van zonne- en windstroom op het flexibele netwerk groeit, zal de behoefte aan energie uit biomassa afnemen.

Back To Top
Feedback
Feedback
Suggesties? Laat het ons weten!
Volgende
Laat je e-mailadres achter. (niet verplicht)
Terug
Verzend
Dank voor je feedback!