skip to Main Content
contact@klimaatschap.org

Introductie

Van pilaren tot dakspanten, van vloeren tot dakspanten: hout is één van de oudste bouwmaterialen.

Auteur

Maurits Groen

Document

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit het boek “Drawdown”.

Bouwen met hout

Van pilaren tot dakspanten, van vloeren tot dakspanen: hout is één van de oudste bouwmaterialen. Zevenduizend jaar geleden bouwde men in China al grote gebouwen van hout, en ook het veertienhonderd jaar geleden gebouwde tempelcomplex Hōryū-ji in Ikaruga in Japan, is een voorbeeld van houtskeletbouw. Dit complex, een van de oudste groepen houten gebouwen ter wereld, heeft aardbevingen doorstaan en de invloeden van een vochtige omgeving overleefd. Met de komst van de industriële revolutie ging men over op staal en beton en nam het gebruik van hout af. Het werd voornamelijk nog gebruikt voor eengezinswoningen en laagbouw. Als we tegenwoordig aan een bouwplaats in de stad denken, dan zien we hijskranen voor ons die stalen balken langs de hemel verplaatsen. Maar dat gaat veranderen: er wordt tegenwoordig in steden al hoogbouw neergezet die bijna alleen nog maar van hout is gemaakt, waarbij CO2 wordt vastgelegd. Het Noorse woord voor boom is ’treet’, een toepasselijke naam voor het baanbrekende appartementencomplex van veertien verdiepingen in Bergen, Noorwegen. Ook het tien verdiepingen tellende Forté in Melbourne en Stadthaus in Londen (met negen verdiepingen) zijn inspirerende voorbeelden van hedendaagse houtbouw. Deze projecten worden binnenkort overtroefd door en project voor studentenhuisvesting in opdracht van de University of British Columbia, dat uit achttien verdiepingen zal bestaan. En misschien kunnen we in de toekomst projecten van dertig verdiepingen of meer verwachten. Al deze gebouwen zijn opgebouwd uit grote houten balken, modules en panelen. De meeste onderdelen zijn geprefabriceerd of op maat gesneden, en worden ter plekke snel in elkaar gezet. Balken van gelamineerd hout kunnen staal vervangen en werden 175 jaar geleden al in Britse kerken en scholen gebruikt. In de jaren negentig van de vorige eeuw werd in Oostenrijk en techniek voor panelen uitgevonden die de naam kruislaaghout (KLH) kreeg en die dankzij zijn stevigheid en levensduur het ‘nieuwe cement’ werd genoemd. Gelamineerd hout en KLH worden vaker genoemd als middelen om de ruimtes waar mensen wonen, werken en samenkomen met minder klimaatimpact te bouwen.

Bouwen met hout heeft voor het klimaat twee essentiële voordelen. Ten eerste nemen bomen tijdens het groeien CO2 op en leggen ze die vast; een stuk droog hout bestaat voor 50 procent uit koolstof. Wanneer er met dat hout gebouwd wordt, blijft de koolstof in het hout opgeslagen zolang het in gebruik is. Intussen kun je nieuwe bomen laten groeien om het duurzaam gekapte hout aan te vullen. Ten tweede komt er bij de productie van houten materialen minder uitstoot van broeikasgassen vrij dan bij de productie van andere bouwmaterialen. Cement, dat in beton en ander bouwmateriaal wordt gebruikt, is verantwoordelijk voor 5 tot 6 procent van de wereldwijde uitstoot. Dit is twee keer zo veel als de luchtvaartbranche. Staal is verantwoordelijk voor een bijna net zo grote uitstoot: voor de fabricage van stalen balken is zes tot twaalf keer zoveel fossiele brandstof nodig als voor het maken van gelamineerd hout. Bijkomend voordeel is dat de onderdelen van een houten gebouw hergebruikt kunnen worden in andere gebouwen, dat er compost van gemaakt kan worden, of dat ze als brandstof kunnen dienen. Doordat hout meerdere verdiensten heeft, kan een gematigde toename van hout als bouwmateriaal leiden tot flinke voordelen voor het klimaat. Volgens en onderzoek van de Yale University uit 2014 kan het bouwen met hout de jaarlijkse wereldwijde uitstoot van CO2 terugbrengen met een indrukwekkende 14 tot 31 procent.

De gangbare opvatting is dat hout en hoogbouw niet samen kunnen gaan en dat de brandbaarheid van hout problemen oplevert. Deze beperkte visie wordt tegengesproken door de toenemende kennis over hout en een heropleving in het bewerken en produceren ervan. Staal buigt mee in vuur, terwijl hout een beschermende verkoolde laag vormt en z’n structurele integriteit behoudt. Nieuwe hoogwaardige producten zijn vuurbestendiger, kosteneffectiever en sterker dan ooit. Bij gelamineerd hout en KLH worden kleinere planken samengevoegd tot een composietproduct dat zo sterk is als staal. Het kan een zwaardere belasting aan en kan in steeds hogere gebouwen worden gebruikt. Een ander voordeel is dat de onderdelen geprefabriceerd kunnen worden om ze, alsof het om en gigantisch meubel gaat, daarna in elkaar te zetten. Dat houdt in dat de bouw sneller kan verlopen, de kosten lager zullen zijn en de hoeveelheid afval, lawaai en verkeer die gewoonlijk bij en bouwplaats hoort, aanzienlijk minder zal zijn.

De winst is wel afhankelijk van factoren. Ten eerste: hoe dichter de plek van herkomst bij de bouwplaats ligt, des te lager zullen de emissie en de transportkosten zijn. Ten tweede: wanneer de houtkap volgens duurzaam bosbouwbeheer wordt uitgevoerd, blijft de ecologische integriteit van het bos behouden en wordt daar vervolgens weer de maximale hoeveelheid koolstof vastgelegd. Als men de houtkap niet goed beheert, kan het gebruik van hout als belangrijkste bouwmateriaal rampzalige gevolgen hebben voor de bossen en alles wat daar leeft. Ten derde: aan het einde van hun levenscyclus moeten de houten bouwmaterialen hoog- of laagwaardig worden hergebruikt, of in compost worden omgezet. Anders komt alle in het hout opgeslagen koolstof vrij en kan uit het hout onder zuurstofloze condities (stortplaatsen) zelfs het krachtige broeikasgas methaan ontstaan. De grote shinto-schrijn van Ise Jingu in Japan wordt iedere twintig jaar uit elkaar gehaald en herbouwd met hout van de hinoki, die in de buurt groeit en een rituele rol speelt in het eren van de doden, de vergankelijkheid en de regeneratieve kracht van de natuur. Er wordt niets weggegooid. Elk stukje hout wordt deel van een ander gebouw en kan tweehonderd jaar later eindigen als en muntje in een van de theehuizen op het terrein van de schrijn.

Wellicht de grootste uitdaging voor het opschalen van de houtbouw is onze visie op hout. Voorstanders van houtbouw zijn druk bezig om die te veranderen. Bijvoorbeeld de architect Michael Green in Vancouver, die een houten versie van het Empire State Building ontwierp. De hoge gebouwen van hout zelf zijn misschien nog wel het overtuigendste bewijs. Wedstrijden zoals de U.S. Tall Wood Building Prize helpenom de diverse demonstratieprojecten (van New York tot Portland, Oregon) bekendheid te geven. Hoewel de technologie van gelamineerd hout voldoende bewezen is, begint die pas nu op veel markten echt mee te doen. Naarmate de toeleveringsketens zich verder ontwikkelen, zullen de prijzen van deze materialen steeds concurrerender worden. Toch beperken de bouwvoorschriften in veel gevallen het gebruik van hout tot gebouwen van vier, hooguit vijf verdiepingen. De regelgeving zou deze achterstand kunnen inhalen en innovatie kunnen gaan aanmoedigen in plaats van belemmeren. De aarde zorgt ervoor dat ons voedsel kan groeien, maar brengt ook hoogwaardig bouwmateriaal voort.

Back To Top
Feedback
Feedback
Suggesties? Laat het ons weten!
Volgende
Laat je e-mailadres achter. (niet verplicht)
Terug
Verzend
Dank voor je feedback!