skip to Main Content
contact@klimaatschap.org

Introductie

In de geschiedenis zijn talloze bekende voorvechters van het plantaardige dieet te vinden.

Auteur

Maurits Groen

Document

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit het boek “Drawdown”.

Een plantrijk dieet

De Boeddha, Confucius en Pythagoras. Leonardo da Vinci en Lev Tolstoj. Gandhi en Gaudí. Percy Bysshe Shelley en George Bernard Shaw. In de geschiedenis zijn talloze bekende voorvechters van het plantaardige dieet te vinden. Recenter gaf alleseter Michael Pollan, schrijver van de wereldwijde bestseller The Omnivore’s Dilemma, het bondige advies: “Eet echt voedsel. Niet te veel. Vooral planten.” Volgens sommigen zou dat ‘alleen planten’ moeten zijn. Overstappen op een plantenrijk dieet is een aanpak tegen de opwarming van de aarde die breekt met het steeds populairdere, vaak overdadige westerse dieet waarin vlees en bewerkte producten centraal staan.

Aan dat westerse dieet hang een fors klimaat prijskaartje. Volgens conservatieve ramingen is de veehouderij verantwoordelijk voor bijna 15 procent van de jaarlijkse uitstoot van broeikasgassen; gedetailleerde berekeningen van directe en indirecte uitstoot komen uit op meer dan 50 procent. De productie van zuivel en vlees zorgt voor vele malen meer uitstoot dan die van plantaardig voedsel, met uitzondering van de elders in dit boek beschreven innovatieve beweiding met koolstofopslag. Herkauwers, zoals koeien, zijn de grootste boosdoeners: hun spijsvertering levert het krachtige broeikasgas methaan op. Akkers waarop veevoer wordt geteeld, en de daarvoor benodigde energie, zijn een bron van CO2-uitstoot. Uit (kunst)mest komt lachgas (distikstofoxide) vrij. Als koeien een eigen natie zouden vormen, zouden dit qua emissie het op twee na grootste land ter wereld zijn.

Aan overconsumptie van dierlijke proteïne hangt ook voor de menselijke gezondheid een stevig prijskaartje. In grote delen van de wereld wordt dagelijks veel meer eiwit genuttigd dan nodig. Een doorsnee volwassene heeft zo’n 50 gram proteïne per dag nodig, maar in 2009 consumeerden we gemiddeld 68 gram: 36 procent meer dan aanbevolen. In de Verenigde Staten en Canada krijgen volwassenen gemiddeld meer dan 90 gram proteïne per dag binnen. In gebieden waar plantaardige proteïne ruim beschikbaar is, hebben mensen voor hun benodigde voedingsstoffen geen dierlijk eiwit nodig (al is vitamine B12 een aandachtspunt bij een strikt veganistisch dieet). Te veel dierlijke proteïne kan leiden tot bepaalde soorten kanker, beroertes en hartziekten, en daarmee tot hogere zorgkosten.

Bij elke maaltijd hebben we de kans het verschil te maken. Het kan prima: gezond eten en genieten van ingrediënten die lager in de voedselketen geoogst worden en zodoende de uitstoot van broeikasgassen verlagen. Volgens de World Health Organization hoeft slechts 10 tot 15 procent van onze dagelijkse calorie-inname uit proteïne te komen. Met een plantenrijk dieet is dit uitstekend haalbaar.

In een baanbrekend onderzoek uit 2016 van de University of Oxford wordt uiteengezet wat de voordelen voor het klimaat, de gezondheid en de economie zijn als de hele wereldbevolking tussen nu en 2050 zou overstappen op een plantaardig dieet. De reguliere uitstoot zou met 70 procent omlaag kunnen bij een veganistisch dieet en met 63 procent bij en vegetarisch dieet, waarbij nog wel kaas, melk en eieren worden geconsumeerd. Volgens het onderzoek zou de wereldwijde sterfte met 6 tot 10 procent afnemen. De positieve gezondheidseffecten voor de mensheid zouden miljarden dollars besparen: 1 miljard dollar per jaar aan zorgkosten en productiviteitsverlies; en meer dan 30 miljard wanneer rekening wordt gehouden met de waarde van verloren levens. Met andere woorden: een verandering in dieet kan in 2050 tot wel 13 procent van het bruto mondiaal product opleveren. Daarbij zijn de vermeden gevolgen van de opwarming van de aarde nog niet meegerekend.

Het World Resources Institute deed in 2016 vergelijkbare aanbevelingen. Uit een analyse van verschillende aanpassingen aan voedingspatronen blijkt dat een ambitieuze afname van de consumptie van dierlijk proteïne de beste waarborg is voor een duurzame toekomst, zowel voor de wereldvoedselvoorziening als voor de planeet. De winst wordt vooral geboekt in gebieden waar mensen dagelijks meer dan 60 gram proteïne en 2.500 calorieën consumeren. Tussen 2006 en 2050 stijgt de vraag naar voedsel met meer dan 70 procent, de vraag naar dierlijke voedingsproducten met bijna 80 procent en die naar rundvlees zelfs met 95 procent’, stellen de auteurs. Vooral de toenemende vleesconsumptie maakt het halen van internationaal gestelde doelen op het gebied van hongerbestrijding, gezondheid, waterbeheer, land-ecosystemen en klimaatverandering schier onmogelijk.

De argumenten voor een plantenrijk dieet zijn sterk, maar een dieet revolutie organiseren is verre van eenvoudig, omdat onze eetgewoontes persoonlijk en cultureel zijn bepaald. Aan vlees wordt veel status toegedicht; het is verweven met tradities en we zijn er dol op. Die gecompliceerde en diepgewortelde relatie met het eten van dierlijk proteïne vereist doordachte strategieën voor het beïnvloeden van de vraag. Om mensen te verleiden vlees te verruilen voor plantaardige alternatieven, moeten die alternatieven zichtbaar, beschikbaar en aantrekkelijk zijn. Plantaardige vleesvervangers spelen een belangrijke rol in een geleidelijke verandering van traditionele manieren van koken, omdat ze de smaak, textuur en aroma van dierlijk proteïne benaderen en zelfs de aminozuren, vetten, koolhydraten en sporenelementen nabootsen. Bedrijven als Beyond Meat en Impossible Foods (en in Nederland bedrijven als Vivera en de Vegetarische Slager, red.) nemen het voortouw: hun voedzame alternatieven zijn aantrekkelijk voor vleesliefhebbers en bewijzen dat het mogelijk is om proteïne te vervangen zonder af te doen aan de smaak. Een aantal plantaardige alternatieven is al beschikbaar op de vleesafdeling van supermarkten. Deze marktontwikkeling kan onze eetgewoontes veranderen. Dankzij de snel toenemende kwaliteit van vleesvervangers, onderzoek aan topuniversiteiten, durfkapitaalinvesteringen en toenemende interesse onder consumenten, verwachten experts dat de markt voor plantaardige alternatieven snel zal uitbreiden.

Ook het opwaarderen van groenten, granen en peulvruchten (in hun natuurlijke vorm) tot hoofdact in plaats van in een bijrol, kan bijdragen aan een andere kijk op eten. Topchefs en alleseters als Mark Bittman (journalist en auteur van How to Cook Everything Vegetarian) en Yotam Ottolenghi (restauranthouder en auteur van Plenty) promoten gevarieerd én lekker eten zonder vlees. Initiatieven als Meatless Monday en VB6 (veganist tot 18 uur), en verhalen van atleten die plantaardig eten (zoals Tom Brady van de New England Patriots) helpen om de vooroordelen rond het minderen met vlees weg te nemen. Het ontkrachten van mythes rond proteïne en het promoten van de voordelen van een plantaardig dieet voor de gezondheid moedigt mensen aan hun voedingspatronen te veranderen. Vegetarische opties zouden de norm moeten worden, niet de uitzondering, vooral in openbare instellingen zoals scholen en ziekenhuizen.

Naast het promoten van flexitarisme dan wel vegetarisme, is het belangrijk dat vlees als delicatesse wordt gezien, in plaats van als basisvoedsel. Daarom moeten marktverstorende overheidssubsidies van de veehouderij worden afgeschaft, zodat de echte kosten vandierlijke eiwitten in de prijzen zichtbaar worden. In 2013 keerde de Organisation for Economic Co-operation and Development in vijfendertig lidstaten 53 miljard uit aan subsidies voor de veehouderij. Sommige experts pleiten voor hardere maatregelen, zoals het heffen van vleestaks – net als accijns op sigaretten – om de sociale en milieutechnische gevolgen te benadrukken en aanschaf te ontmoedigen. Financiële ontmoediging, overheidsbeleid voor het verminderen van de vleesconsumptie, en campagnes die het ten van lees vergelijken met roken, kunnen (in combinatie met een verschuiving van de maatschappelijke normen rond vleesconsumptie en gezonde voeding) vlees minder aantrekkelijk maken.

De omschakeling naar een plantenrijk dieet is een duidelijk geval van win-win voor de samenleving. Een kleinere ecologische voetafdruk beperkt natuurlijk de uitstoot van broeikasgassen, maar is ook gezonder en vermindert de kans op chronische ziektes. Tegelijkertijd is het minder schadelijk voor zoetwaterbronnen en ecosystemen. Denk bijvoorbeeld aan ontbossing ten behoeve van veehouderij en enorme ‘dode zones’ in oppervlaktewater, ontstaan door afvloeiing en uitspoeling van meststoffen van boerderijen. Een afname van de vlees- en zuivelconsumptie vermindert het leed van miljarden dieren in de intensieve veehouderij; ernstig leed dat uitgebreid beschreven is, maar desondanks veelal wordt genegeerd. Een plantaardig dieet maakt het ook mogelijk om land te behouden dat anders wordt ingenomen door veehouderij, en om bestaande landbouwgrond in te zetten voor het vastleggen van koolstof. Zoals zenleraar Thich Nhat Hanh zei, is de overstap op een plantaardig dieet misschien wel de meest effectieve manier waarop een individu klimaatverandering kan tegengaan. Recent onderzoek suggereert dat hij gelijk heeft: er zijn maar weinig klimaatoplossingen die zoveel effect hebben en die tegelijkertijd zo duidelijk in handen van het individu liggen, of beter nog, op zijn of haar bord.

Impact

We schatten de toename van de mondiale voedselconsumptie tot 2050 in aan de hand van nationale gegevens van de Food and Agriculture Organization van de Verenigde Naties. Hierbij gaan we er in uit dat lagelonenlanden meer voedsel – en dus meer vlees – zullen consumeren naarmate hun economieën groeien. Als 50% van de wereldbevolking niet meer dan 2.500 calorieën per persoon per dag eet en de vleesconsumptie vermindert, schatten we dat alleen al de verandering in ons voedingspatroon minimaal 26,7 gigaton aan uitstoot kan voorkomen. Als we daarbij de vermeden ontbossing door veranderingen in landgebruik optellen, komt daar 39,3 gigaton bij. Zo zorgt en gezond, plantenrijk dieet, als een van de meest invloedrijke oplossingen, voor en totale vermindering van 66 gigaton.

Back To Top
Feedback
Feedback
Suggesties? Laat het ons weten!
Volgende
Laat je e-mailadres achter. (niet verplicht)
Terug
Verzend
Dank voor je feedback!