skip to Main Content
contact@klimaatschap.org

Introductie

Een van de mogelijkheden om CO2-uitstoot te aan te pakken is om het in de ondergrond op te slaan.

Auteurs

Martin Bakker

Document

Versie 1.0
Datum 6 juni 2021

Introductie en kerncijfers

Een van de mogelijkheden om CO2-uitstoot te aan te pakken is om het in de ondergrond op te slaan. Bijvoorbeeld in lege gasvelden zoals men in Nederland van plan is of in gesteenten onder de zeebodem wat bedrijven in Noorwegen doen. Deze mogelijkheden om CO2 ondergronds op te slaan staat bekend onder de Engelstalige term Carbon Capture Storage (CCS). Het gaat dan over het opslaan van de CO2 van industriële bedrijven. De ‘industrie’ is verantwoordelijk voor 28 % van de CO2-uitstoot in Nederland. Driekwart daarvan komt voor rekening van twaalf grote bedrijven. Dat zijn bijvoorbeeld grote chemische fabrieken en raffinaderijen, waar men brandstoffen, kunststoffen, staal en kunstmest produceert.3 De bedrijven (die deelnamen aan de industrie klimaattafel om te komen tot het Klimaatakkoord) beweren dat de reductiedoelstellingen die het Rijk in Nederland aan de industrie stelt alleen gehaald kunnen worden door de CO2 in voormalige gasvelden in de Noordzee op te slaan. De CO2 wordt in productieprocessen met filters afgevangen, bijvoorbeeld bij raffinage van aardolie, gecondenseerd en dan via pijpleidingen getransporteerd en onder druk van 135 bar in een leeg gasveld gepompt. Vervolgens monitoren experts gedurende een aantal jaren het veld op mogelijke lekkages. Met als uiteindelijk doel dat de CO2 voor ‘eeuwig’ is opgeslagen. CCS is een betrekkelijk nieuwe technologie. In de wereld is er een twintigtal projecten gestart, beschikt men dus over enige kennis en ervaringen om ervan te kunnen uitgaan dat blijvende opslag gaat slagen.

Een van de voornaamste redenen dat CCS noodzakelijk is is dat de zware industrie die kunstmest, staal of cement produceert moeite heeft met het overstappen naar een schone energie en vaak ook een ander productieproces. Het vergt grote investeringen, de technologie staat nog teveel in de kinderschoenen en het vraagt durf om van het vertrouwde af te stappen. Als overgangsstrategie (maar sommige zien het anders namelijk als een uitstelstrategie) kiezen deze bedrijven en in hun kielzog ook de overheden voor CCS.

Er ligt nu (mei 2021) een voorstel om voor de kust van Rotterdam en leeg gasveld te gaan benutten.

De oplossing

Porthos, een samenwerkingsverband van Havenbedrijf Rotterdam en EBN (voormalige Staatsmijnen) investeren 500 mln. euro in de aanleg van een leiding naar het gasveld, een compressorstation om de CO2 onder een druk het veld in te pompen en een overslagstation op zee. Porthos krijgt voor het aanleggen van deze infrastructuur 100 mln. subsidie van de Europese Unie.

Vier bedrijven gaan de CO2 leveren. Dat zijn de olieraffinaderijen van Shell, ExxonMobil, Airliquide en Air Products. De kosten voor de CO2 opslag in het voormalige gasveld bedragen straks 80 euro per ton en worden als volgt betaald. De betrokken bedrijven beschikken sinds 2005 over het recht om CO2 uit te stoten. Als je meer CO2-uitstoot dan waar je recht op hebt kun je op een veiling CO2 rechten kopen van bedrijven die rechten over hebben. Het bedrag daarvoor ligt in mei 2021 op een recordhoogte van zo’n 50 euro per ton CO2.

Het verschil tussen de 80 euro aan kosten voor opslag in het Noordzee gasveld en de 50 euro die bedrijven nu als recht van emitteren bezitten (en moeten bijkopen als zij tekort hebben) wordt bijgepast uit de Subsidie duurzame energieproductie en klimaattransitie (SDE++) regeling. Daarvoor is een bedrag van 2 miljard euro gereserveerd. Het gaat hier om een eerste pilot in Nederland waarbij het nog onduidelijk is of deze vorm van opslag ook op grote schaal in Nederland toegepast kan gaan worden. Zorg bestaat er over lekkage, mogelijk bevingen en vermenging van CO2 met drinkwater.

Figuur 1. Weergave van het afvangen, condenseren, transporteren en opslaan van CO2 (6)

Een andere manier om CO2 op te slaan wordt uitgeprobeerd in IJsland nabij de hoofdstad Reijkjavik onder de projectnaam Carbfix2. CO2 wordt opgelost in water en dan in de grond gepompt. Op honderden meters diepte reageert deze oplossing met de daar aanwezige calciumionen tot calciet (ook wel kalkspaat genoemd dat een van de meest voorkomende mineralen in onze aardkorst is). De CO2 is nu voor ‘eeuwig’ gebonden. Anders dan CO2 in gasvorm is de CO2 hier dus ‘gevangen’ in mineraal vorm. Het IJslandse project is gestart in 2017 en heeft een looptijd tot en met 2021.

Mogelijk effect

Volgens afspraak in het Klimaatakkoord moet de Nederlandse industrie tot 2030 de emissie met 14.3 megaton CO2 beperken. Het opslaan van CO2 met CCS in een Noordzee gasveld moet volgens het Klimaatakkoord 7 megaton CO2 aan reductie gaan opleveren.

Men beoogt met dit project jaarlijks 2.5 megaton CO2 op te slaan. Na 15 jaar is het veld dan met 37.5 megaton CO2 vol. Het veld vol dicht men af en een aantal jaren op lekkages gecontroleerd (6). Als de pilot slaagt kan men overwegen om andere lege gasvelden in de Noordzee te gaan gebruiken, maar daar zijn op dit moment nog geen plannen voor.

De hoeveelheid CO2 in de atmosfeer is enorm en het opslaan in mineralen of lege gasvelden wordt door velen als noodzakelijk gezien om de reductiedoelstellingen te halen. Er zijn nog duizenden kolencentrales (vooral in China) aan het werk om elektriciteit te produceren en er zijn, vooral in de VS en Australië nog tientallen mijnen actief. Het afvangen van CO2 na verbranding van kolen en opslaan in lege gasvelden (mits die in de nabijheid zijn) kan een tijdelijke oplossing zijn om de uitstoot aan te pakken. Tijdelijk omdat de centrales door het opslaan de tijd krijgen en middelen kunnen vrijmaken om te kunnen overstappen naar andere duurzame energietechnologie.

Meekoppelkansen

Er zijn geen meekoppelkansen anders dan werkgelegenheid als het gaat over het opzetten, onderhouden en monitoren van een nieuwe infrastructuur.

Kanttekeningen en discussie

De SDE++ subsidiepot bevat 5 mld. euro. Dit project neemt daar met 2 mld. euro een flinke hap uit. De prijs voor het uitstoten van CO2 per ton lag lange tijd op een laag niveau. Nu ligt de prijs op 50 euro per ton. Hoe hoger dit bedrag des te minder hoeft de overheid bij te passen. Als een CO2 recht boven de geschatte kostprijs van 80 euro per ingepompte ton CO2 komt zou het zelfs geld kunnen gaan opleveren (6).

Bedrijven zullen op dit moment niet zo snel in CCS investeren. Voor hen is het namelijk goedkoper om bij andere bedrijven niet gebruikte CO2-uitstoot rechten te kopen. Staatssteun is noodzakelijk om CCS in de praktijk van de grond te krijgen.

Vanuit de milieuorganisaties is er scherpe kritiek. “De vervuiler betaalt” is immers het principe waarop de milieuwetgeving zich baseert en dan past het niet om als samenleving mee te betalen. Verder zou de technologie volgens hen teveel beloven en te weinig waarmaken. En het biedt de zware industrie de kans om verduurzaming niet alleen uit te stellen of te vertragen. Het biedt olieraffinaderijen en kolencentrales immers de mogelijkheid om langer in de lucht te blijven.

Diverse geologen en wetenschappers spreken de meeste kritiek tegen. Volgens hen is de CCS-technologie veilig en biedt het een noodzakelijk bijdrage aan het oplossen van de klimaatnoodtoestand. In januari 2021 stelde Michael Stephenson, director of science and technology at the British Geological Survey “ten aanzien van de kritiek vanuit de milieubeweging in de Guardian. “These claims are quite unfair,” “The science behind carbon capture and storage is extremely good. It offers us a genuine solution to some of the problems we face in trying to tackle global warming.” (2)

In Nederland is er een stevige kritiek vanuit de vakbeweging. De FNV leden bij Tata steel steunden een oproep in de media van de FNV in mei 2021 om niet te investeren in CCS voor de kust van Hoogovens in IJmuiden. Veel beter zou het volgens FNV zijn om nu al te gaan investeren plaats van opslaan. Dus in een snellere overstap naar andere technologieën en grondstoffen zoals waterstof die de uitstoot van CO2 bij de bron aanpakken en niet aan het ‘einde van het productieproces’ (4).

CCS werd in het begin vooral gezien als een oplossing voor elektriciteitscentrales op kolen. Opslaan en uiteindelijk omschakelen naar andere bronnen. Nu gaat het ook over de zware industrie waar men tot voor kort nog geen oplossingen zag. Voor deze bedrijven kan CCS behulpzaam zijn. Tegelijkertijd is er op een veelheid aan vlakken een steeds sneller techniek ontwikkeling. Zie op deze website ook de cement maatregelen en bij staalindustrie maatregelen waar alternatieve productieprocessen in de maak lijken te zijn.

Literatuurlijst

1. Ambrose, J., What is carbon capture, usage and storage – and can it trap emissions?, The Guardian, 24 September 2020, gelezen www.theguardian.uk, mei 2021

2. McKie, R. , Carbon Capture is vital to meeting climate goals, scientists tell green critics, The Guardian, 16 Januari, 2021, www.theguardian.uk, gelezen mei 2021.

3. Natuur en Milieu, Blog, Klimaatakkoord of niet akkoord? Dit is de klimaattafel Industrie Klimaatakkoord of niet akkoord dit is de klimaattafel-industrie/, 12 januari 2019, gelezen 18 mei 2021

4. NOS redactie, FNV wil dat Tata Steel IJmuiden sneller gaat, 14 mei 2021, verduurzamen, FNV wil dat tata steel ijmuiden sneller gaat verduurzamen, gelezen mei 2021

5. O’callaghan, J., Storing CO2 underground can curb carbon emissions, but is it safe?, Horizon: the EU Research & Innovation Magazine, 2018, co2 underground curb carbon emissions gelezen mei 2021

6. Weijer, v., B., Is opslag CO2 in zeebodem wel zo goed?, Volkskrant, 12 mei 2021

Back To Top
Feedback
Feedback
Suggesties? Laat het ons weten!
Volgende
Laat je e-mailadres achter. (niet verplicht)
Terug
Verzend
Dank voor je feedback!