skip to Main Content
contact@klimaatschap.org

Introductie

De bodem zelf is vriendelijk, zwarte boter’, schreef Seamus Heany in 1969, in zijn gedicht Bogland (Veengebied).

Auteur

Maurits Groen

Document

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit het boek “Drawdown”.

Veengebieden

De bodem zelf is vriendelijk, zwarte boter’, schreef Seamus Heany in 1969, in zijn gedicht Bogland (Veengebied). Hoewel Heany Ierland voor ogen had, is zijn levendige metafoor van toepassing op veen- en moerasgebieden over de hele wereld. Ze bestaan niet uit vaste grond, maar ook niet alleen uit water; het is een soort tussenvorm. Veen of turf is een dikke, papperige, drassige substantie, die bestaat uit dood plantaardig materiaal dat in ontbinding is. Het ontstaat over een periode van honderden, zelfs duizenden jaren, doordat er brei van mossen, grassen en andere vegetatie langzaam vergaat in de zeer zuurstofarme laag onder de levende flora. In deze zure, anaerobe omgeving zijn bijvoorbeeld ook menselijke resten bewaard gebleven uit de IJzertijd en nog verder terug: de zogenoemde veenlijken. Onder voldoende druk en warmte wordt veen uiteindelijk steenkool.

Veenlagen zijn tussen een halve en meer dan achttien meter dik en ze kunnen enorme hoeveelheden koolstof bevatten. Gemiddeld bestaat veen voor 50 procent uit koolstof. Precies daarom, en vanwege de toegankelijkheid van het materiaal, werd turf op veel plaatsen gebruikt als eerste fossiele brandstof. Van Ierland tot Finland tot Rusland is het verstoken van gedroogde turf blokken voor warmte, om op te koken en uiteindelijk om er elektriciteit mee op te wekken, een eeuwenoud gebruik, dat op sommige plaatsen nog steeds bestaat. Turf vormde in het zeventiende-eeuwse Nederland de basis voor de Gouden Eeuw. Dankzij deze overvloedige, goedkope en gemakkelijk te vervoeren energiebron konden de Nederlandse industrie en goederenproductie tot grote bloei komen.

Hoewel deze unieke ecosystemen maar iets meer dan drie procent van het totale landoppervlak van de aarde in beslag nemen, staan ze op de tweede plaats wat betreft koolstofopslag, na oceanen.
Met naar schatting vijf- tot zeshonderd gigaton ligt hierin twee keer zoveel koolstof opgeslagen als in alle bossen ter wereld bij elkaar. Hoewel er de laatste decennia meer aandacht was voor de bossen, begint men zo langzamerhand het onschatbare belang in te zien van veengebieden als koolstof pakhuis… zo lang het veen nat blijft. Om koolstof effectief te kunnen opslaan, moeten er planten in de veengebieden staan, die door fotosynthese CO2 kunnen absorberen en vastleggen. Ook moet er water zijn, om de zuurstofarme condities te scheppen die voorkomen dat de CO2 opnieuw in de atmosfeer terechtkomt. Van alle veengebieden op aarde heeft 85 procent het vereiste watervasthoudende vermogen. Als ongerepte ecosystemen kunnen veengebieden koolstof effectief opslaan, terwijl ze tegelijkertijd zorgen voor waterzuivering en bescherming tegen overstromingen. Ook dragen ze bij aan de biodiversiteit, van vossen tot orang-oetans. Het beschermen van veengebieden door natuurbeheer en brandpreventie is een belangrijke en relatief goedkope kans om wereldwijde broeikasgasemissies te reguleren. Hoewel onaangetaste veengebieden kleine hoeveelheden methaan uitstoten, compenseert het vastleggen van koolstof dit ruimschoots.

Het vermogen om CO2 op te nemen en vast te leggen heeft natuurlijk ook en keerzijde. Aangezien veen tot tien keer meer koolstof per hectare bevat dan andere ecosystemen, kunnen deze moerassige gebieden, wanneer ze worden aangetast, veranderen in enorme schoorstenen van CO2. Bij 15 procent van de veengebieden is dit al het geval. Als veen aan de lucht wordt blootgesteld, oxideert de opgeslagen koolstof en wordt deze CO2. Het kanduizenden jaren duren om een veenlaag op te bouwen, maar zodra deze wordt aangetast, kan de hele broeikasgas voorraad binnen en paar jaar vrijkomen. Ontwaterde veengebieden beslaan slechts 0,3 procent van het totale landoppervlak, maar toch zijn ze de bron van 5 procent van de totale CO2-uitstoot door de mens.

De achteruitgang van veengebieden heeft verschillende oorzaken. Deze drassige ecosystemen zijn vooral te vinden in gematigde klimaatzones op het noordelijk halfrond, waar ze grote delen beslaan van Noord-Amerika, het noorden van Europa en Rusland. Ook in de tropen en subtropen vinden we veen, bijvoorbeeld in Indonesië en Maleisië. In Zuidoost-Azië zijn bosbranden een belangrijke oorzaak van de schade aan veengebieden, net als drooglegging voor de aanleg van palmolieplantages en voor de productie van houtpulp. Deze oorzaken spelen steeds vaker. Het is zelfs de reden dat de broeikasgasemissies van Indonesië zo hoog zijn. Wanneer de uitstoot door veranderingen in landgebruik en bosbouw wordt meegenomen in de totalen per land, komt Indonesië consequent in de top vijf van de landen met de hoogste uitstoot ter wereld, net als India en Rusland.

Naarmate de aarde verder opwarmt, neemt de kans op veenbranden toe. In de delen van de wereld met een meer gematigd klimaat zijn er vooral andere boosdoeners die het veen doen verdwijnen: het steken van turf voor brandstofgebruik, het gebruik van veenmos als tuinbouwproduct, en begrazing. Hoewel minder effectief dan het voorkomen van schade, is herstel van drooggelegde en aangetaste veengebieden en essentiële strategie. Eerste prioriteit heeft het opnieuw ‘vernatten’ van de gebieden, een toepasselijke naam voor het proces dat erop is gericht de veengrond opnieuw te verzadigen. Door water op te vangen en vast te houden, stijgt het grondwaterpeil. Met andere woorden: zorg dat het water niet kan ontsnappen en laat de bodem opnieuw onderlopen. Zodra veengrond weer nat is, wordt het proces van oxidatie en CO2-uitstoot omgebogen.
Paludicultuur, afgeleid van het Latijnse palus (moeras), kan voortbouwen op de successen die zijn geboekt met het opnieuw vernatten, door biomassa te cultiveren die het veen beschermt en de bodemkwaliteit helpt verbeteren. De ontbinding van planten kan er op kunstige wijze voor zorgen dat er na verloop van tijd nieuwe veenlagen ontstaan. Gewassen als sinaasappels en theeplanten kunnen op deze gronden gedijen. Alles bij elkaar genomen, kunnen restauratie methodes ervoor zorgen dat het ecosysteem zich herstelt.

De bescherming van veengebieden staat nog in de kinderschoenen. Het is van groot belang deze gebieden in kaart te brengen en te monitoren. Op die manier weten we waar ze zich bevinden en wat ermee gebeurt. Deze kennis kan leiden tot gerichte actie. Maar wetenschappers hebben nog een hoop te leren; zelfs nog in 2014 ontdekte en team en veengebied ter grootte van Engeland in een afgelegen deel van Congo-Brazzaville. Het is nog onduidelijk hoe veengebieden zullen reageren op een opwarmend klimaat. Het bedenken van prikkels om hun ecologische integriteit te beschermen of te herstellen, is cruciaal, vooral als dat voorkomt dat er in deze gebieden andere economische belangen worden nagejaagd, zoals de teelt van voedsel of hout. Van Zweden tot op Sumatra is er een breed palet aan landelijke en internationale initiatieven opgedoken om veengebieden te beschermen en herstellen. Ze variëren van de volledige bescherming van onaangetaste gebieden tot een verbod op verdere drooglegging, plannen voor het opnieuw bewateren, bewustwordingscampagnes en trainingen in verantwoord beheer van veengebieden.

Duizenden jaren lang zijn de veengebieden beschouwd als heilige, rituele grond, soms zelfs toegangspoort naar het rijk van de goden. Een vergelijkbare eerbied zou ervoor kunnen zorgen dat veenlagen vol dood en vergankelijkheid blijven bestaan, als een kracht van levensbelang.

Impact

Als de totale oppervlakte van het beschermde veengebied toeneemt van 3,2 miljoen tot 246 miljoen hectare in 2050, ofwel 67% van alle bestaande veengebieden, dan kan de uitstoot van 21,6 gigaton CO2 worden voorkomen. In deze 246 miljoen hectare veen kan 336 gigaton koolstof vastgelegd blijven, wat ongeveer gelijk is aan 1.230 gigaton CO2 wanneer het in de atmosfeer terecht zou komen. Hoewel veengebieden maar 3 procent uitmaken van het totale aardoppervlak, heeft veen van alle bodemsoorten het hoogste gehalte organische stoffen; aantasting ervan leidt tot het vrijkomen van enorme hoeveelheden CO2. We hebben geen kosten projectie kunnen doen, wegens gebrek aan de benodigde gegevens.

Back To Top
Feedback
Feedback
Suggesties? Laat het ons weten!
Volgende
Laat je e-mailadres achter. (niet verplicht)
Terug
Verzend
Dank voor je feedback!