skip to Main Content
contact@klimaatschap.org

Introductie

Voedselproductie is en van de grote wonderen van het leven op aarde.

Auteur

Maurits Groen

Document

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit het boek “Drawdown”.

Voedselverspilling tegengaan

Voedselproductie is en van de grote wonderen van het leven op aarde. Met zaad, zon, aarde en water creëert de mens vijgen, tuinbonen, zilveruitjes en okra. Dieren worden gefokt voor hun vlees, melk of wol. Rauwe ingrediënten omgetoverd in compote, cake of cannelloni. Wereldwijd verdient ruim een derde van de beroepsbevolking zijn brood in de voedselproductie en we hebben allemaal ten nodig om te overleven.

Een derde van de geteelde en gefabriceerde voeding gaat verloren tussen bron en bord. Dat is en schokkende hoeveelheid, vooral in de wetenschap dat wereldwijd 800 miljoen mensen honger lijden. Daarbij draagt voedselverspilling jaarlijks het equivalent van 4,4 gigaton bij aan de wereldwijde CO2-uitstoot: zo’n 8 procent van de totale door de mens veroorzaakte uitstoot van broeikasgassen. Als voedselverspilling een land was, zou het na de VS en China de grootste broeikasgasbron ter wereld zijn. De balans is zoek: mensen die voedsel nodig hebben, krijgen het niet en weggegooid eten warmt de aarde op.

Voedselverspilling komt zowel in arme als rijke landen voor, zij het dat de oorzaken verschillen. In gebieden met lage inkomens en een slechte infrastructuur gaat voedsel meestal onbedoeld verloren door structurele problemen als slechte wegen, gebrek aan koeling of opslagruimte, slechte materialen of verpakkingen en de slopende combinatie van hitte en luchtvochtigheid. De meeste verspilling zit aan het begin van de keten: voedsel rot op boerderijen of bederft tijdens de opslag of distributie.

In gebieden met hogere inkomens komt onbedoeld verlies minder voor; het gaat veelal om bewuste voedselverspilling verderop in de keten. Handelaren weigeren voedsel met bultjes, kneuzingen of de ‘verkeerde’ kleur – om esthetische redenen dus. Soms bestellen winkeliers simpelweg te veel om geen nee te hoeven verkopen en serveren restaurants te grote porties om klanten te behagen. In de winkel laten consumenten pukkelige piepers links, liggen en overschatten ze het aantal maaltijden dat ze wekelijks koken. Thuis gooien ze melk weg die nog goed is, of vergeten het restje lasagne achter in de koelkast. Kliekjesdag is in veel huishoudens en vergeten begrip.

Vraag en aanbod spelen ook en rol. Als een gewas niet rendabel is, wordt het niet geoogst. Als een product te duur is, blijft het achter in het magazijn; economische wetten met een desastreus resultaat. Bij de productie van voedsel dat niet geconsumeerd wordt, gaan zaad, water, energie, land, mest, arbeidsuren en geld verloren. Bovendien worden bij elke stap in de keten broeikasgassen uitgestoten, waaronder methaan, wanneer organisch materiaal in de mondiale kliko belandt.

We worden omringd door talloze, vaak onzichtbare voedsellozingen. Even zo talrijk en gevarieerd zijn de maatregelen waarmee we de belangrijkste verspillingslekken in de keten kunnen dichten. Een van de Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties beoogt de hoeveelheid ‘weesvoedsel’ tussen winkels en huishoudens te halveren voor 2030. Daarnaast moet het verlies van voedsel tussen oogst, productie en bevoorrading worden verminderd. De wortel van het probleem heeft vele vertakkingen. In lagelonenlanden is het essentieel om de infrastructuur voor opslag, verwerking en transport te verbeteren. Met zakken, silo’s en kratten van hogere kwaliteit ben je al flink op weg. Betere communicatie en coördinatie tussen producent en inkoper voorkomt dat voedsel lekkages over het hoofd worden gezien. Telersverenigingen kunnen de vele kleinschalige boerderijen helpen met plannen, logistiek en productie afstemming. In gebieden met hogere inkomens moet vooral worden ingegrepen op het niveau van de verkoop en consumptie. De grootste reductie van emissies wordt hier bereikt door voedselverspilling te voorkomen. Voedsel dat desondanks niet door mensen wordt geconsumeerd, moet elders worden hergebruikt. Ook het standaardiseren van etiketten op verpakkingen is cruciaal. Termen als ’tenminste houdbaar tot’ en uiterste verkoopdatum’ zijn nu grotendeels ongereguleerd en geven hooguit en smaakgarantie. De aanduidingen zeggen niks over voedselveiligheid, maar mensen raken erdoor in verwarring. Consumentenvoorlichting is een belangrijk middel. Denk aan campagnes die ‘lelijk’ eten promoten en initiatieven zoals het internationale Feeding the 5000, dat met voedsel dat bijna over datum is een groots, openbaar feestmaal aanricht. Door middel van nationale doelstellingen en beleid kunnen grootschalige veranderingen in gang worden gezet. In 2015 stelden de Verenigde Staten zich, aan de hand van de Sustainable Development Goals, ten doel voedselverspilling te verminderen. In datzelfde jaar werd in Frankrijk een wet aangenomen die supermarkten verbiedt onverkocht eten weg te gooien. Liefdadigheidsinstellingen, dierenvoeding- en composteerbedrijven profiteren van deze wet, Italië volgde dit voorbeeld. Nieuwe bedrijfjes geven voedsel dat anders weggegooid zou worden en nieuwe bestemming, bijvoorbeeld door van lelijke groenten fruit sap te maken. Ook afval kan nog in voedsel worden omgezet, bijvoorbeeld door paddenstoelen op koffiedrab te kweken en door afvalstromen uit bierbrouwerijen om te zetten in veevoer. Gelet op de uitstoot, is het uiteraard beter verspilling te voorkomen, dan creatief te gebruiken wat overblijft. Omdat de bevoorradingsketen en complex geheel is, spelen verschillende partijen een rol in het terugdringen van verspilling: levensmiddelenbedrijven, de milieubeweging, organisaties die hongersnood bestrijden en beleidsmakers. Een hoofdrol is weggelegd voor de 7,4 miljard eters op de planeet, vooral die in gebieden waar het meeste voedsel wordt verspild: de Verenigde Staten, Canada, Australië, Nieuw-Zeeland, Europa en geïndustrialiseerde landen in Azië. Of het nu op de boerderij, je bord of ergens daar tussenin gebeurt: het terugdringen voedselverspilling, verlaagt emissies, vermindert de druk op allerlei bronnen en vergroot de kans om aan de toekomstige vraag naar voedsel te voldoen.

Impact

Als de wereldbevolking overstapt op een plantenrijk dieet en we erin slagen om in 2050 50% minder voedsel te verspillen, kunnen we een broeikasgasuitstoot vermijden die het equivalent is van 26,2 gigaton CO2. Minder verspilling betekent ook dat ontbossing voor extra landbouwgrond vermeden kan worden, wat nog eens 44,4 gigaton aan uitstoot scheelt. Deze prognoses zijn gebaseerd op regionale ramingen van verspilling tussen boer en bord. Volgens deze gegevens gooien consumenten in rijke landen tot 35% van het eten weg; in lagelonenlanden verspillen huishoudens juist relatief weinig voedsel.

Back To Top
Feedback
Feedback
Suggesties? Laat het ons weten!
Volgende
Laat je e-mailadres achter. (niet verplicht)
Terug
Verzend
Dank voor je feedback!